“Storage moet geen overhead zijn, maar een asset”

Pure bouwt platform gestaag uit, maar wil flexibel blijven

Pure_storage_logo
Sander Almekinders

Bij Pure is het al zo’n 5 jaar duidelijk waar de toekomst ligt. Toen is namelijk begonnen met het evergreen consumptiemodel. Inmiddels is er met wat Pure zelf de Modern Data Experience noemt ook een duidelijke visie: flexibiliteit koppelen aan maximale toegang tot data. Wij hebben ons naar aanleiding van Pure Accelerate weer eens goed verdiept in waar het bedrijf op dit moment mee bezig is. We spraken met James Petter, voor wat globale duiding en met Marco Bal, Principal Systems Engineer Benelux bij Pure over de nieuwe functionaliteit die sinds vorig jaar aan het platform is toegevoegd.

Storage is als term een beetje besmet tegenwoordig. Vrijwel geen enkel bedrijf dat zich bezighoudt met het beheer van primaire of secundaire data wil zich hier eigenlijk nog mee identificeren, ook Pure Storage eigenlijk niet. Dat is begrijpelijk, gezien de ontwikkelingen richting cloud, gedistribueerde omgevingen en software-defined storage. Storage doet nog te veel denken aan traditionele racks die on-prem stonden en daar alleen maar fungeerden als opslagplek voor data, waar vervolgens vaak relatief weinig mee gedaan werd. Dat is tegenwoordig met de bovengenoemde ontwikkelingen wel anders natuurlijk.

james petter pure Pure Storage

James Petter, VP International (EMEA, APJ en LATAM) bij Pure Storage

Toch moet data nog altijd ergens opgeslagen worden, bij voorkeur op een manier waarmee je zoveel mogelijk waarde uit die data haalt. Storage is dus nog altijd van vitaal belang, al hebben we het er tegenwoordig liever niet meer zo expliciet over. Het wordt tegenwoordig bij Pure (en bij vrijwel alle andere partijen in de markt) op een hoger niveau in de stack gezocht, waar meer wordt gekeken naar wat je als organisatie wil bereiken met je data, dan naar de eigenlijke infrastructuur. Voor Pure betekent dit de al eerder aangehaalde Modern Data Experience.

Aanpassen is overleven

Een fundamenteel onderdeel van de visie van Pure is volgens Petter dat Pure zich vooral wil aanpassen: “Pure past zich aan om te proberen de echt lastige problemen voor klanten op te lossen,” vat hij het samen. Dat klinkt sympathiek, maar is dus ook gewoon noodzakelijk om klanten te ondersteunen in deze tijden. “Het is niet per se de grootste of de sterkste die overleeft, maar de meest flexibele,” voegt hij hieraan toe. Deze vorm van digitaal Darwinisme geldt voor zowel de klanten als voor Pure zelf.

We hebben in een eerder artikel al eens uitgebreid uit de doeken gedaan wat Pure Storage verstaat onder de Modern Data Experience. Lees dat artikel via deze link nog eens rustig terug. Onder de streep draait het bij de Modern Data Experience om het creëren van een dataplatform voor klanten, waarbij alles eronder onzichtbaar is. Dat is waar nu meer en meer vraag naar komt, onder andere omdat data in steeds meer silo’s wordt ondergebracht. Denk aan verschillende locaties, maar ook verschillende bestandsvormen (block/file, ongestructureerd/gestructureerd). In de woorden van Petter: “We willen dat klanten gewoon met hun data bezig kunnen zijn, alles eronder moeten ze zich eigenlijk niet mee bezig hoeven te houden.”

Aanpassen betekent ook uitbreiden

Om datgene te kunnen bieden waar volgens Pure de huidige markt om vraagt, heeft het bedrijf allereerst een strategische koers gezet in 2015 richting evergreen, oftewel het afstappen van de traditionele refresh cyclus. “De architectuur is niet ontworpen voor vervanging binnen 3 tot 5 jaar,” geeft Marco Bal expliciet aan. Het volledige portfolio is dan ook beschikbaar als een dienst, mocht dat gewenst zijn, zelfs het Pure-gedeelte van FlashStack, een referentie-architectuur die Pure samen met Cisco heeft gebouwd. Pure1 is de beheerlaag en dus het sofware-defined gedeelte in het aanbod, Purity FA het besturingssysteem waar alle all-flash-arrays op draaien.

Het is wat ons betreft redelijk duidelijk dat de basis van Pure en de strategie die gevolgd wordt, staan en duidelijk zijn. Vorig jaar en ook dit jaar weer tijdens Accelerate draaide en draait het dan ook vooral om het invullen van gaten in het aanbod, iets wat de komende jaren ook nog wel door zal gaan.

Zo was er vorig jaar de aankondiging dat Cloud Block Store officieel beschikbaar zou komen. Hiermee werd dataportabiliteit toegevoegd richting de public cloud van AWS. Je breidt er als het ware je Purity-omgeving mee uit buiten je on-prem-omgeving, analoog aan wat bijvoorbeeld VMware doet met VMware Cloud on AWS. Naast dat het voor Pure betekent dat je als klant niet uit hun omgeving weggaat en dus als het ware ‘behouden’ blijft, heeft dit uiteraard ook voor de klant zelf voordelen: migreren is een stuk eenvoudiger, je hebt feitelijk geen extra datasilo om je zorgen om te maken en het beheer in het algemeen is eenvoudiger. Het nieuws dit jaar rondom Cloud Block Store is dat AWS het formeel erkend heeft als een Well-Architected Solution. Verder is het in Azure in beta en zijn voor GCP de eerste stappen gezet. Die uitbreidingen zijn voor een later moment.

Meer met minder

Cloud Block Store is een voorbeeld van meer kunnen doen met minder complexiteit. Dat is ook van toepassing op de wat ons betreft belangrijkste aankondiging die tijdens Accelerate dit jaar gedaan is, namelijk de introductie van native filesystem-ondersteuning in de nieuwste versie van Purity voor FlashArray, versie 6.0.

marco bal pure Pure Storage

Marco Bal, Principal Systems Engineer Benelux bij Pure Storage

“In de praktijk heeft iedere organisatie wel een stuk file draaien,” stelt Bal. Denk hierbij aan zaken zoals file shares en home directories. “We kunnen vanaf nu dankzij de overname van Compuverde een geïntegreerde oplossing voor block en file aanbieden, met ondersteuning voor zowel NFS als SMB, global dedupe en een shared storage pool voor blocks en files.” Dat betekent dat je nu ook vanuit een centrale omgeving deze verschillende doelbestanden (bestaande uit zowel gestructureerde als ongestructureerde data) kunt benaderen en er dus weer een silo minder is om je druk over te maken.

Een verdere grote aankondiging is ActiveDR, een active-passive replicatietechnologie die een plekje in het portfolio inneemt tussen ActiveCluster (active-active met een RPO van 0) en asynchrone snapshot replicatie (waarbij je een snapshot niet vaker neemt dan eens per vijf minuten). ActiveDR heeft een RPO van near zero. Helemaal 0 kan dit niet zijn. Daarvoor moet je bij ActiveCluster zijn. Zie het kader elders op deze pagina, waarin uitgelegd wordt hoe ActiveDR werkt ten opzichte van de twee andere technologieën die beschikbaar zijn.

De toekomst

Over de toekomst is Petter in ons gesprek vrij duidelijk. Hij kan uiteraard geen roadmap met ons delen, maar hij somt hoofdpunten op: “software, AI, cloud, waarbij je data kunt gaan inzetten als een asset en niet hoeft te beschouwen als overhead.” Over AI hebben we het in dit artikel eigenlijk niet gehad, maar AIRI (AI Ready Infrastructure) is iets waar Pure veel aan werkt, onder andere samen met Nvidia voor de Data Hub. In het eerder aangehaalde artikel gaan we daar dieper op in.

De huidige focus van Pure lijkt het bedrijf in ieder geval geen windeieren te leggen. Kijken we naar de cijfers uit de IDC Worldwide Quarterly Storage Systems Tracker, dan zien we dat Pure 7,7 procent gegroeid is in een markt die als geheel 8,2 procent gedaald is. Dan heb je als organisatie in ieder geval een verhaal dat het goed doet in de markt. Petter ziet als iemand die zich van oudsher primair met de saleskant van de zaak bezighoudt dan ook op veel plaatsen kansen om nog verder te groeien. Vooral de toevoeging van filesystem gaat hiervoor zorgen, denkt hij. Het is in ieder geval een interessante ontwikkeling wat ons betreft, die datamanagement voor bedrijven behoorlijk wat eenvoudiger kan maken. We zullen bij Accelerate volgend jaar (hopelijk weer ergens op locatie) dit artikel er nog eens bij pakken om te zien of dit ook gelukt is.

Copyright © 2020 IDG Communications, Inc.

7 secrets of successful remote IT teams