Goede partners maken een goede cloudstrategie

Migreren naar de cloud hoeft geen hoofdpijndossier te zijn, zo leren we van Mario Suykerbuyk, CIO van de Eneco Groep, mits je strategie op orde is. Wij gingen in gesprek met hem om eens te horen hoe hij en zijn collega's bij Eneco dat samen met Capgemini en Oracle hebben klaargespeeld.

In een eerder artikel gingen we in op de cloudstrategie van Oracle en plaatsten daar enkele kanttekeningen en nuanceringen bij wat er tijdens OpenWorld zoal werd gesteld rondom de cloud van Oracle. Een van de invalshoeken richting de cloud die we in dat artikel aanstipten als potentieel zeer interessant en ook als onderscheidend ten opzichte van andere cloud-aanbieders, was de mogelijkheid om Exadata op OCI te draaien. En dat is nu net wat Eneco samen met Capgemini en Oracle heeft gerealiseerd.

De cijfers van de migratie van on-prem naar OCI (Oracle Cloud Infrastructure) die we door Suykerbuyk gepresenteerd krijgen, zijn behoorlijk indrukwekkend. Bij Eneco maakt men gebruik van niet minder dan 54 databases, goed voor meer dan 100 TB aan data. Die stonden tot voor kort allemaal on-prem (op Exadata-systemen). 32 van die 54 databases zijn echter in negen maanden tijd zonder noemenswaardige problemen overgezet naar OCI. Zeven stuks zijn in de prullenbak verdwenen, omdat ze niet meer courant waren en 15 databases bleven on-prem staan, om redenen waar we verderop nog op terugkomen.

Cloud-first, maar dan ook echt

De migratie van de databases bij Eneco is onderdeel van de cloud-first strategie die het bedrijf hanteert. Nu is dat bij veel organisaties meer een modewoord dan dat er ook echt naar gehandeld wordt, bij Eneco lijkt men er wel echt werk van te maken. Naast deze migratie denken we dan bijvoorbeeld ook aan de keuze voor het cloud-gebaseerde IAM-platform Okta, waar men sinds enige tijd druk mee bezig is (en waar we recent nog een artikel over hebben gepubliceerd. Hiernaast noemt Suykerbuyk ook nog SAP HANA als voorbeeld, al was het "even spannend", maar het is uiteindelijk gelukt om dat in Azure te hosten.

Met het noemen van Azure, geeft Suykerbuyk ook meteen de basis van de cloudstrategie van Eneco aan. Hij voert namelijk een 'Microsoft unless'-beleid als het gaat om de cloud. Dat wil zeggen, er wordt voor Microsoft gekozen tenzij er een goede reden is om een andere aanbieder te kiezen.

Bovenstaande wil dus zeggen dat er een goede reden geweest moet zijn om de databases niet in Azure maar in OCI te hosten. Dat was volgens Suykerbuyk niet zo'n ingewikkelde keuze: "We hadden al Exadata staan on-prem, dus het sprak voor zich om voor de cloud van Oracle te kiezen." Gebaseerd op een onderzoek dat tijdens OpenWorld werd gepresenteerd door Accenture en waar we ook in het aan het begin van dit artikel aangehaalde artikel op ingegaan zijn, kunnen we ons goed voorstellen dat de keuze niet zo ingewikkeld was. Qua prestaties is de combinatie Exadata en OCI ongeëvenaard, zo blijkt uit dat onderzoek.

Gen 2 in eerste instantie belangrijker dan latency

Met de keuze voor Oracle als cloud-aanbieder was men er bij Eneco echter nog niet. Er moest ook nog gekozen worden voor de locatie. Men had de keuze uit drie locaties: Amsterdam, Londen en Frankfurt, waarbij Amsterdam qua locatie en dus latency de meest voor de hand liggende keuze zijn voor het bedrijf. Londen was in ieder geval geen optie vanwege de naderende Brexit en de onzekerheid die daarmee gepaard gaat, dus het ging tussen Amsterdam en Frankfurt.

Wellicht op het eerste gezicht enigszins verrassend viel de uiteindelijke keuze op Frankfurt, niet op Amsterdam. Er zijn verschillende redenen voor deze keuze, zo vertelt Suykerbuyk ons. Zo is er in Frankfurt sprake van drie met elkaar verbonden datacenters, wat voor bijvoorbeeld DR natuurlijk erg wenselijk is. In Amsterdam is het er vooralsnog maar een, waar DR dus niet mogelijk is. Minstens net zo belangrijk was echter het feit dat er op het moment van de keuze voor de locatie in Frankfurt al sprake was van een zogeheten Gen 2 cloud-regio. Frankfurt was samen met Londen de eerste van die regio's in Europa. Naast een verbeterde security in de architectuur, brengt Gen 2 ook de beschikbaarheid van onder andere de Autonomous Database met zich mee. Dat maakt dat Eneco per se voor Gen 2 wilde gaan.

Een trade-off die Eneco heeft moeten doen bij de keuze voor Frankfurt, heeft te maken met de latency. De afstand naar Frankfurt is nu eenmaal groter dan naar Amsterdam, dus neemt de latency ook toe. Nu kan Capgemini middels een Fastconnect-verbinding via Equinix van 1 Gb/s weliswaar een latency van 7 ms (one-way, dus 14 ms RTT) een zeer snelle connectie maken, voor sommige applicaties is dat nog altijd te veel. Suykerbuyk licht dit nog wat verder toe: "Sommige applicaties moeten zeer veel handshakes doen, waardoor de totale tijd die klanten moeten wachten bij het gebruik van de app op kan lopen tot 3 seconden. Dat is niet acceptabel." Deze latency is dan ook de voornaamste reden dat er nog 15 databases on-prem gedraaid worden.

Sinds het gesprek dat wij met Suykerbuyk hadden, is er echter het nodige veranderd. Midden november kondigde Oracle namelijk aan dat het ook een Gen 2 cloud-regio in Amsterdam heeft geopend als onderdeel van zijn strategie om voor het einde van 2020 wereldwijd over 36 van dit soort Gen 2 cloud-regio's te beschikken. Dat zorgt ervoor dat Eneco nu ook de overgebleven latency-gevoelige databases kan gaan migreren, iets wat Suykerbuyk ook van plan is om te gaan doen.

Begin groot

Suykerbuyk doet tijdens ons gesprek een opvallende uitspraak als het gaat om de migratiestrategie. Waar we doorgaans horen dat klein beginnen met niet al te belangrijke workloads verstandig is, denkt hij daar fundamenteel anders over: "Als je klein begint, loop je na verloop van tijd tegen limieten aan. Ik loop liever aan het begin van een traject tegen eventuele problemen aan dan aan het einde. Als het misloopt, dan heb ik liever dat het iets groots is." Met andere woorden, groot beginnen is wat hem betreft een betere strategie dan klein beginnen.

Bij Eneco is men niet alleen groot begonnen, het ging ook echt om mission critical data en applicaties die gemigreerd werden. Data die beschikbaar moet zijn voor klanten als ze de apps gebruiken die het bedrijf beschikbaar stelt bijvoorbeeld. In totaal gaat het om niet minder dan 19 mission critical applicaties die gebruikmaken van de data in de databases van Eneco. 9 van die applicaties zijn gemigreerd naar OCI.

Als echte partners optrekken

Uiteindelijk hebben Eneco, Capgemini en Oracle de vruchten van deze benadering niet hoeven plukken, want er ging behoudens een ORA-600-incident helemaal niets mis tijdens de migratie. Dat is toch best indrukwekkend wat ons betreft. Volgens Suykerbuyk had dit succes voor een groot deel te maken met het partnership tussen Eneco, Capgemini en Oracle. Dat was namelijk veel meer dan een klant-leverancier of klant-opdrachtgever relatie. Er was echt persoonlijk vertrouwen tussen de betrokken personen.

Een dergelijke 'echte' partnerrelatie is cruciaal voor het welslagen van dit soort projecten. Vandaar ook dat Suykerbuyk de case tijdens OpenWorld presenteerde samen met Marjolein Holsboer, Group Account Executive bij Capgemini. Vanuit Oracle waren er tijdens de migratie ook continu twee specialisten beschikbaar. De al bestaande banden tussen Oracle en Eneco, maar ook tussen Oracle en Capgemini, hielpen uiteraard ook zeker. Vanuit de projectkant heeft Suykerbuyk dan ook niets aan te merken op het partnership. Vanuit support kunnen er bepaalde zaken nog wel iets beter, maar dat is volgens hem ook niet meer dan logisch. Het is allemaal nog vrij nieuw voor iedereen, dus dat moet nog groeien.

Als het gaat om partnerships moeten we overigens ook niet onderschatten hoe belangrijk de afgelopen zomer aangekondigde samenwerking tussen de cloud-omgevingen van Oracle en Microsoft is voor Eneco. "Een mooie bijkomstigheid. Goed dat beide organisaties zo zijn gaan samenwerken", zo stelt Suykerbuyk. Bij Eneco is men namelijk gestandaardiseerd op Office en is er dus een connectie met AD in Azure. Met de nieuwe samenwerking tussen de twee leveranciers kan dat relatief eenvoudig met elkaar geïntegreerd worden.

Tot slot: eindklant profiteert

Al met al heeft Eneco met hun doordachte cloudstrategie, waarbij de partnerships met andere partijen cruciaal zijn, een grote stap richting de toekomst gezet, zo kunnen we concluderen. Met de opening van de cloud-regio in Amsterdam wordt het zelfs mogelijk om ook de resterende 15 databases te migreren. Dit zorgt er niet alleen voor dat de datacenters van Eneco opgeschoond kunnen worden. De winst zit volgens Suykerbuyk vooral in het vrijmaken van DevOps-mensen. Die kunnen zich nu richten op het ontwikkelen van nieuwe features. Op deze manier heeft de eindklant uiteindelijk ook merkbaar voordeel van deze migratie. Dat is voor een organisatie met zoveel klanten als Eneco natuurlijk het allerbelangrijkst.

Related:

Copyright © 2020 IDG Communications, Inc.

Download CIO's Roadmap Report: Data and analytics at scale